Topmenu

lid-gift-nieuwsbrief (2)

Oliver Naesen: ‘De beleving in de natuur vind ik de max!’

NaesenEen nieuw jaar, een nieuwe rubriek. In 2020 bezoeken we enkele bekende gezichten die in het werkingsgebied van vzw Durme wonen of enige affiniteit hebben met onze vereniging. Beginnen doen we met de immer sympathieke Oliver Naesen, de voormalig Belgisch kampioen wielrennen groeide op aan de Donk en is er nog vaak te vinden. Een gesprek over de koers, de natuur en de Donk. We gaven hem alvast het splinternieuwe boek van de Donk cadeau. 

Dag Oliver, eerst en vooral een gelukkig nieuwjaar gewenst! Hoe heb jij de overgang van oud naar nieuw gevierd? Toch een beetje kunnen genieten ondanks de voorbereidingen op het nieuwe wielerseizoen?

Ja, toch wel, oudejaar is eigenlijk de laatste keer dat er wat ontspanning mogelijk is. Oudejaar brengen we traditiegetrouw door in de Ardennen. Met een twintigtal vrienden huren we daar dan een huis. Dat is altijd wel plezant en ook dit jaar was het weer dik in orde. Rond een uur of drie ben ik mijn bed gekropen. Niet uitzonderlijk laat voor op oudejaar, maar ik heb al een paar dagen last van een 'kopvalling', beetje verkouden, vervelend maar morgen (3 januari nvdr.) vertrek ik met de ploeg op stage naar Spanje. Drie weken de tijd om in het zonneke te trainen, daar heb je meestal niet zoveel last van een verkoudheid, hé.

Die stage is ter voorbereiding van het nieuwe seizoen dat start in februari. Je bent nu dus in volle voorbereiding voor het nieuwe seizoen. Hoe was de afgelopen winter? Is dat een periode van rust?

Deels wel ja. Ik heb een tweetal weken niet op mijn fiets gezeten. Sommige mensen denken dat een wielrenner tussen oktober en februari vakantie heeft omdat er in die periode geen wedstrijden zijn, maar dat is eigenlijk niet waar. Het zijn eigenlijk maar een tweetal weken dat je niet fietst. In die periode ga ik op vakantie met mijn vriendin. In november begin ik dan al terug te trainen met het oog op de voorjaarsklassiekers. Dat begint dan met ‘rustige’ weken van ongeveer 400 kilometer per week. In december en januari wordt de intensiteit verhoogd en dan zit je al snel aan 600 tot 800 km per week en in februari is het alweer koers.

Vorig jaar reed je een sterk voorjaar met een aantal mooie ereplaatsen. Je strandde net achter Julian Alaphilippe op de tweede plaats in Milaan-Sanremo. Was dat één van je hoogtepunten in 2019 of was het je overwinning in de BinckBank Tour op de vesten in Geraardsbergen?

Het was alle twee heel schoon, maar die tweede plaats in Milaan-Sanremo is toch nog iets anders. Milaan-Sanremo is één van de vijf grote wielerklassiekers, een monument. In die koers op het podium eindigen heeft toch nog een grotere bijklank. Zeker op internationaal niveau. Ik heb wel gemerkt dat die podiumplaats een grotere impact had bij het grotere publiek dan mijn overwinning in de BinckBank Tour. Die overwinning was natuurlijk supercool, hé: het was mijn enige overwinning van het seizoen én ik klopte voor de eerste keer mijn goede vriend Greg Van Avermaet, wat toch ook niet niets is voor mij.

Had je kunnen winnen in Milaan-Sanremo?

Nee ik denk het niet. Ik rijd eigenlijk een perfecte sprint. Ik bleef lang in het wiel zitten van Allaphilipe, het was een klein beetje tegenwind dus zo lang mogelijk blijven zitten was de boodschap, ik ging op de perfecte moment aan en toen dacht ik echt: bingo, ik win, maar dan kom ik naast hem en is hij zodanig sterk dat ik eigenlijk geen centimeter dichter kom dus ja, dan is er niets aan te doen hé. Het is zeker geen schande om te verliezen van hem,  Alaphilippe was vorig jaar in die periode gewoon de beste coureur van de wereld, als je dan tweede bent moet je gewoon blij zijn.

Wat zijn je voornaamste doelen van 2020?

Het klinkt misschien niet zo ambitieus, maar eigenlijk gewoon hetzelfde als vorig jaar. Opnieuw ‘vollenbak’ proberen om een voorjaarsklassieker te winnen. Als ik écht mag kiezen, is dat natuurlijk De Ronde van Vlaanderen. Die koers blijft toch het meest tot de verbeelding spreken, maar eigenlijk spreken alle klassiekers mij aan. Ik heb nog geen klassieker op mijn palmares, dus ik tracht zo goed mogelijk aan de start van alle klassiekers te staan en probeer ze allemaal te winnen (lacht). Ik ben er al een paar keer dicht bij geweest, dus ik weet dat het binnen mijn mogelijkheden moet liggen.

Je carrière verliep niet zoals die van de meeste coureurs: je werd pas prof op je 24e en je had ervóór gewoon een job in Lokeren?

Inderdaad, bij de jeugd koerste ik nooit echt súper goed. Ik was niet slecht, maar ik stak er ook niet bovenuit. Het was wel mijn droom om prof te worden, maar zonder supergoede resultaten bij de jeugd weet je dat het moeilijk wordt. Op mijn 18e besloot ik dan om lichamelijke opvoeding te gaan studeren aan de universiteit van Gent. Ondertussen bleef ik ook wel wat koersen, maar niet als prof. Dat was geen ideale combinatie. Ik deed eigenlijk beide dingen maar half. Als ik aan het fietsen was, dacht ik: ‘Ik zou beter werken voor school, ik heb al niet veel overschot.’ En als ik dan voor school bezig was, dacht ik: ‘Ik zou beter wat meer fietsen en trainen.’ Ik heb toen besloten om te stoppen met studeren en te beginnen werken. Toen ben ik eigenlijk supersnel een veel betere wielrenner geworden.

Ik werkte als koerier bij een wasserij in Lokeren. Geen job die ik voor de rest van mijn leven wou doen, maar ik was op mijn gemak én ik had tijd om te trainen. Ik begon om zes uur ’s morgens met werken en had gedaan om vier uur in de namiddag. Nadien kon ik tot ’s avonds laat gaan trainen. Dat deed ik twee jaar aan een stuk in de hoop alsnog een profcontract te versieren. Het was een beetje een samenloop van omstandigheden. Ik had wat geluk om de juiste mensen tegen te komen, de juiste koersen te winnen en dat die mensen juist aanwezig waren op de koersen die ik won. Ik heb er natuurlijk hard voor moeten werken, maar dat vind ik een groot voordeel, het dagelijkse leven is wel wat anders dan een leven als profrenner. Het feit dat ik in het gewone leven heb gestaan, zorgt ervoor dat ik altijd met mijn voetjes op de grond zal blijven.

Je bent uiteraard van Berlare, maar je bent onlangs verhuisd naar Erpe-Mere. Heb je nog veel met Berlare? oli paardeweide

Zeker! Berlare is de ‘homeground’, hé. Ik passeer er nog elke dag op training en ook bij mijn ouders ga ik nog regelmatig langs. Als er tijd is, dan passeren we na of tijdens ons trainingsritje regelmatig eens langs de Donk om een terrasje te doen. 't Is daar schoon zitten, hé. En ook zonder de fiets. Onlangs zijn we nog gaan wandelen aan het Donkmeer. Met de aaidierenweide en zo is het mooi vernieuwd daar! Vroeger gingen we ook wel eens met wat vrienden een bootje huren en een paar uur varen op het Donkmeer. Ik vind het goed dat er in Berlare en omgeving geïnvesteerd wordt in de natuur. Het staat hier al zo vol in Vlaanderen. En voor Berlare is de natuur natuurlijk een belangrijke troef. Ik doorliep de lagere school in de Duizendpoot in Berlare. Dan gingen we elk jaar op uitstap naar de Eendenkooi. Ik vond dat toen als kind heel indrukwekkend. Die eendenkooi fascineerde mij wel. We gingen er elk jaar heen, en dat was altijd plezant, ik keek er telkens naar uit! Ongetwijfeld door de goeie gids van vzw Durme (lacht). Het was alleszins wel leuk om op te groeien in een groene omgeving.

Jullie wielrenners zitten veel op de fiets en vertoeven dagelijks buiten. Hou je van de natuur?

Sowieso! Wij wielrenners spenderen inderdaad vele uren buiten en automatisch ga je dan houden van de natuur. Ik ben mij ook wel steeds meer bewust van het belang van de natuur, zoals de meeste mensen. We leven toch in tijden dat iedereen meer bewust aan het worden is dat we die natuur écht nodig hebben.

KnipselKan je eigenlijk wat genieten van de natuur als je aan het fietsen bent?

In een wedstrijd zelf is dat moeilijk, maar op training ‘vollenbak’. In de winter bijvoorbeeld spendeer ik veel tijd op mijn mountainbike. Dat doe ik eigenlijk nog liever dan op de koersfiets. Zoals dit weekend in de Ardennen, uren in de bossen met de vrienden, dat is het zaligste wat er is. Maar bijvoorbeeld tijdens de Ronde van Frankrijk is dat moeilijk, je bent je er wel bewust van dat je in een schitterend landschap aan het fietsen bent, maar soms zie je achteraf eens een foto passeren van jezelf in de bergen en dan denk je, ‘Amai, dat was daar schoon!’ Maar het verschilt van dag tot dag in de Tour. Etappes waar er echt moet gewerkt worden voor de kopman, is er weinig tijd om rond te kijken en te genieten, maar in etappes waar mijn werk gedaan is en ik op mijn gemak kan binnenkomen, wrijf ik soms wel eens mijn ogen uit.

Ik zag een foto van enkele jaren geleden op jouw Instagram waar je halt houdt aan de Paardenweide. Bekend gebied voor jou?

Ja, daar passeren we dagelijks als we aan het trainen zijn. Het is daar zalig fietsen. In de zomermaanden als alles daar in bloei staat langs ‘den dijk’, prachtig.

Ken je veel van de natuur?

Goh, ik zal de vogels die hier in de tuin zitten, wel herkennen, denk ik (lacht). Van bomen en planten daar ken ik te weinig van. Maar kijk, het boek van de Donk zal mij enorm veel leren (lacht). Op training zie ik regelmatig eens een reetje passeren, ik vind het zalig om een wild dier te zien. Ik ken er natuurlijk niet superveel van, maar de beleving in de natuur vind ik wel de max. Onlangs zei mijn pa het nog: ‘Ik heb een hert zien wegspringen hier in ‘t veld.’ Die mens was content.

Jullie hebben ook een trainingsgroepje, De Parelvissers, bestaande uit nog een paar streekgenoten?

Ja, allemaal mannen uit de streek: Berlare, Hamme, Dendermonde,… Toffe bende! De bende bestaat uit mijzelf, mijn broer Lawrence, hij is sinds januari mijn ploeggenoot bij AG2R La Mondiale, Greg Van Avermaet en Gijs Van Hoecke, beiden prof bij CCC. En dan nog Preben Van Hecke, voormalig Belgisch kampioen, hij is net gestopt als prof, en Stijn De Bock, een elite zonder contract, maar ook een hele goeie coureur.

Hebben jullie een standaard trainingsritje in de buurt?

Jazeker! We hebben zo wel een paar ‘toerkes’ die we altijd doen. We spreken altijd af aan de Scheldebrug in Schoonaarde, dat is een mooi centraal punt waar we met de Parelvissers samenkomen. Dan fietsen we meestal ‘den dijk’ af langs Wichelen om dan richting de Vlaamse Ardennen de heuvels op te zoeken. Soms wijken we ook wel wat af van onze standaardroutes hoor, in november reden we nog een mooi ‘toerke’ van 120 km langs Wichelen, Berlare, Zele, Waasmunster richting Lokeren om dan via het Molsbroek richting Daknam, Lochristi en Destelbergen om daar terug op ‘den dijk’ terecht te komen. Mooie streek om te trainen!

Het is natuurlijk nog veel te vroeg maar heb je al plannen na je carrière? Wil je graag in de koers blijven of heb je andere ambities?

Goh ik weet het nog niet. Voltijds ploegleider zijn zie ik bijvoorbeeld niet zitten. Ik ben wel graag thuis en als ploegleider zijn de momenten thuis heel zeldzaam. Misschien doe ik wel iets met de jeugd. Een wielerploegje met jeugdrenners uit de buurt lijkt mij nog wel wijs. Maar er is nog veel tijd om over na te denken. Ik hoop nog een paar jaar door te gaan als profrenner.

Merci voor het gesprek Oliver en veel succes in 2020!

 

Martzen Frans - vzw Durme 

 

Lid-rechts

lidrechts

paarse balk bovenaan

Kom eens langs! Het bezoekerscentrum in het Molsbroek is open op zaterdag tot zondag van 14 tot 18 uur en van dinsdag tot vrijdag van 13 tot 17 uur.. Het bezoekerscentrum Donkmeer is alle dagen open van 10 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 17 uur.
Toggle Bar